In de jaren zeventig en begin tachtig, woonde ik jaarlijks het NK in Leeuwarden bij om daarvan verslag te doen voor de Volkskrant. Naast de strijd om de titel, was er natuurlijk ook onderlinge rivaliteit om de hoogste plaatsen en ook de strijd van de titelhouders tegen de titellozen. Tegenwoordig heb je dat laatste niet meer, want iedereen heeft een titel, waarbij ik in het midden laat of het algemene niveau zo gestegen is of dat er sprake is van titelinflatie. Maar hoe dan ook, er werd door de titelhouders zowel met enig dedain als ook met enige ongerustheid naar de titellozen gekeken. De kwestie was namelijk, zitten er gevaarlijke spelers tussen. Het type speler dat in de opening maar wat aandeed en zich niet al te veel van de strategische wetten aantrok. Maar o wee, tactisch waren ze zeer bekwaam dit soort rommelaars en als ze de kans kregen sloegen ze genadeloos toe.
Bij het volgende geval was ik zelf toeschouwer. Het was het toernooi van 1980 en daarin debuteerde Bruno Carlier. Een sympathieke jongeman, die zich bescheiden en leergierig opstelde. Hij eindigde het NK met anderhalve punt uit dertien, maar zijn grote moment beleefde hij in de vierde ronde toen hij tegen Jan Timman moest aantreden. De opening verliep als volgt: 1.e4 c5 2.Pc3 Pc6 3.g3 g6 4.Lg2 Lg7 5.d3 d6 6.f4 e5 7.Ph3 Pge7 8.0-0 Pd4 9.Ld2?! (Zwak) 9…h5 10.f5 gxf5 11.Pe2 En nu had Timman met 11…d5! wits opzet al praktisch kunnen weerleggen. Maar zoals Carlier zelf indertijd schreef ‘Natuurlijk nam hij mij niet serieus, en daarin lag juist mijn kans’. Timman deed 11…fxe4? en daarna kwam Carlier helemaal los, wat uiteindelijk culmineerde in de volgende stand:

Stelling na 27…Pg6 uit Carlier-Timman
Ik citeer Carlier opnieuw: ‘Ld5!!, Ld5!!, fluisterde men in grote bewondering van alle kanten. Alleen ikzelf, de idioot, ikzelf zag het niet’. In plaats daarvan volgde28.h3?? e2 29.Dd2 De5 30.Kf2 h4 31.gxh4 Df6+ en gebroken gaf Carlier het hier op.
Dit soort spelers heb je op alle niveaus en iedereen loopt er wel eens tegen aan. Ook bij de Waagtoren lopen er een paar rond. Na de opening heb je vaak het gevoel dat het een kort partijtje zou kunnen worden, maar als je even niet oplet dan wordt je meegesleept in wilde avonturen, waarin dit soort spelers zich als een vis in het water voelt. Zo’n speler is bijvoorbeeld Ton Fasel. Zelf ging ik een week geleden tegen hem onder het juk door, nadat ik meende zijn openingspel met een kleine combinatie te kunnen weerleggen. De ronde daarna was Jos Vlaming aan de beurt. Terug naar een grandioos succes bij het Tata-tournooi was hij natuurlijk terecht in de mood om ook Ton aan te pakken. Dat verliep niet geheel volgens plan zoals u hier kunt volgen.
Willem Andriessen