We gaan maar meteen naar een partijfragment dat aardig illustreert hoe het er voor stond met me.
De stelling na 9…h5 uit mijn eerste partij tegen Theo Slisser. Ik had zwart en was tevreden dat ik de Black Knight Tango weer eens van stal had gehaald. Dat tekende mijn gemoedstoestand. Ik had er van tevoren reuze zin in. Een combinatie van dat het altijd een leuk toernooi is gecombineerd met persoonlijke omstandigheden waardoor ik een weekje onbekommerd schaken wel kon gebruiken.
Lekker onbezorgd een partijtje schaak spelen, gewoon kijken hoe het gaat, allé hop.
Het idee achter h5 ken ik uit een boekje maar daar heeft het een andere vorm. In de partij volgde
10 Pe5 (hoopte ik al) 10…h4! Uitroepteken niet voor de correctheid maar voor onvervaardheid. 11 Pxc6 Lxc3 12 bxc3 Df6! Dit is het idee. Na 13 Le5 Dxf2 14 Kd1 Db2 is het uit.
Theo kwam met 13.Lf4, een zet die ik niet gezien had van tevoren. Dat was even een schok maar ik herstelde met Pxf2. Als wit daarop De2 speelt met het idee de pion te pennen nadat ik de loper neem staat wellicht wit beter. Ik denk dat wit hier toch een beetje overdonderd was door het drieste spel van zwart en niet meer tot zijn beste spel kwam. In het vervolg kwamen er wederzijdse kansen maar ik won uiteindelijk. Een geweldige kans om de woorden van Jan Poland te logenstraffen die (nu nog steeds?) meent dat je een toernooi het beste met een remise kunt beginnen. Is overigens wel wat voor te zeggen. In onze jarenlange toernooipraktijk zijn we er wel wat tegengekomen hoor die na een overwinning ver weg vielen door aan waanzin grenzende overmoedigheid.