Er zijn partijen die je eigenlijk niet moet analyseren. De onderhavige partij is daar een voorbeeld van. Het is een prachtig, hoogstaand gevecht, waar beide spelers alle eer mee inleggen en een analyse zou die positieve indruk wellicht kunnen verstoren. Toch heb ik me gepermitteerd hier en daar een opmerking te plaatsen, niet als kritische noot maar slechts om aan te geven voor welke moeilijke keuzes de spelers vaak stonden. Aan het slot lijkt aanvankelijk Aart Kögeler aan het langste eind te trekken met zijn 25e zet. Echter Dirk van der Meiden helpt hem met een prachtige slotakte wreed uit de droom
Het interne bekertoernooi is begonnen met een voorronde. Daaruit hebben Theo de Bruijn, Jan Drewes, Maaike en Sandra Keetman en Henk Kleyn zich geplaatst voor het hoofdtoernooi.
Vorig seizoen eindigde de Waagtoren 6 gedeeld tweede achter schaakgroep Koedijk 3. We konden aardig meekomen op dat niveau. Maar tot onze grote verrassing waren we gepromoveerd naar de 2e klasse van de NHSB. Daarom moesten we dinsdag 5 oktober niet, zoals vorig seizoen, tegen Oppositie 2, maar tegen Oppositie 1. Dat zijn dus de sterkste schakers van Heiloo! En onze sterspeler Guido Florijn zegde af, omdat hij ziek op bed lag. Bovendien moest Ton Verhagen zo nodig naar Instanbul. Gelukkig vonden we twee goede invallers: Henk Kleyn (uit Heiloo!) en Karel Beentjes. De wedstrijd verliep zoals je zou verwachten.
We waren er weer allemaal, de stamgasten van de Pilaren en ook een aantal minder regelmatige bezoekers. Maar de jongste seniorleden van de Waagtoren Maaike (11 jaar) en Dennis Keetman (14 jaar) drukten hun stempel op het Pilarenschaaktoernooi van zondag 24 oktober 2010. Dennis won het toernooi met 5½ uit 7. En Maaike was de wedstrijdleider, die Zwitserse indelingen op de computer maakte alsof ze dit al jaren deed! Bovendien scoorde ze ook nog even 3½ uit 7 en eindigde ze op de gedeelde achtste plaats.
Een echte schaker is Peter Hoekstra natuurlijk niet. Begint hij de laddercompetitie met een geweldige score van 5.5 uit 6 en laat dan weten voor een half jaar op wereldreis te gaan. Met het vooruitzicht clubkampioen te kunnen worden stel je zo’n tripje natuurlijk tot nader order uit. Ik wil er verder geen woorden over vuil maken en hoop voor hem dat hij zich in vreemde oorden niet de haren uit het hoofd trekt nadat hij badend in het zweet weer een slapeloze nacht heeft doorgebracht omdat zijn hersens maar niet tot rust kunnen komen bij de gedachte aan al die schaakpartijen die hij thuis bij de Waagtoren tot een goed einde had kunnen brengen. Ter kennismaking met de niet-kampioen hier zijn winstpartij uit de zevende ronde tegen David Baanstra.
Ooit kreeg ik van een Russische auteur een uitstekend manuscript aangeboden over de kunst van het verdedigen. Het plaatste me voor een uiterst moeilijk dilemma. Zijn schakers geïnteresseerd om verdedigingstechnieken te bestuderen? Voor leerboeken over Koningsaanval en of Tactiek was altijd voldoende belangstelling net als voor partijverzamelingen van de grote aanvalskunstenaar uit de schaakgeschiedenis. Maar de verdedigingslessen van bijvoorbeeld oud-wereldkampioen Steinitz wie heeft die ooit bestudeerd. Dat boek van die Russische auteur is er niet gekomen, mede omdat we geen goed ‘verkoopbare’ titel wisten te bedenken.
Of Pieter Spaander, de zwartspeler in de volgende partij ooit partijen van Steinitz heeft bestudeerd waag ik te betwijfelen. Waarschijnlijk is hij gewoon maar gaan ‘staan’ in de hoop zo de witte aanval op te kunnen vangen. Steinitz meende dat een onverzwakte stelling altijd te verdedigen moest zijn. John Leek laat in de onderhavige partij zien, dat dat niet altijd opgaat.
We koesteren allemaal zo onze eigen variantjes. Meestal stelt het niet veel voor en is het niet meer dan een snipper van een uitvoerig geanalyseerd variantencomplex. Maar zo af en toe zie je een opmerkelijk idee, soms zelfs een zelf bedachte openingsopzet. Ik kwam zo iets dergelijks tegen in de partij die Daan Geerke afgelopen zaterdag voor Waagtoren I tegen Caissa speelde. Of zijn openingsopzet een eigen bedenksel was of improvisatie achter het bord, weet ik niet. Maar het lijkt mij voor deze of gene -en in het bijzonder Ruud Adema- een partij om met aandacht te bestuderen!
Als fiere koploper dankzij overwinningen op Rob Freer en Gerrit Lemmen kreeg Aart Kögeler als beloning achtereenvolgens een paar geduchte tegenstanders te bestrijden. Tegen Peter Hoekstra liep het slecht af, maar clubkampioen Frank Agter moest ondervinden dat het met een onverzettelijke Zeeuw oppassen geblazen is en hij kwam dan ook niet verder dan remise. Vervolgens stond de jeugd, in de persoon van Danny de Ruiter op het programma. Danny mocht zich van zijn geliefde Grünfeld-Indisch bedienen, maar nadat hij uit zijn boekenwijsheid was, werd hij voor een ernstig dilemma geplaatst. Het gaat hier om de zetten 13 tot en met 15. Danny koos voor een Konings-Indische aanpak met aanval op de witte koningsstelling in plaats van druk uit te oefenen op het witte centrum, zoals dat past in de strategie van het Grünfeld-Indisch. Aart toonde zich in het middenspel op zijn best en kreeg de partij in zijn macht. Maar na vele prachtige zetten stokte de productie daarvan even en kon Danny toch nog de slotsymfonie op zijn naam schrijven.
Welgemoed, ondanks het ontbreken van drie vaste spelers, want Ronald zwierf op het moment ergens in Azië, Ruud A. viel in bij het eerste enWim A. had zich afgemeld, vertrok het tweede naar Utrecht om daar een achttal van het plaatselijke Meesterklasse team te bestrijden . In dit derde team geen huurlingen, maar wel een sterke kopman in de gedaante van Robert Beekman met een rating van 2219. Kennelijk toch niet zo zeker van hun zaak had de Utrechtse captain het team flink door elkaar gehusseld en zo zaten er aan de topborden twee 1800-spelers en Beekman aan bord 3. Daar had onze playing Captain Dirk van der Meiden toevallig zijn broer Albert neergezet, die als dank voor deze invalsbeurt hier op moest boksen tegen een ratingverschil van 400 punten! Maar daarover later meer.